In regio Haaglanden is het vechten om grond, de energiemarkt en gekwalificeerd personeel. Stichting Businesspark Haaglanden (BPH) en IPP Haaglanden (IPP) slaan de handen ineen om dit soort vraagstukken aan te pakken. Kim van Loon, programmamanager BPH, en Jan Brugman, directeur IPP, vertellen over deze werkalliantie, die ook voor ondernemers heel interessant is.
De alliantie koppelt grondvraagstukken aan financiële vraagstukken en iedere partner brengt eigen expertise mee. “Van oorsprong is BPH een netwerkorganisatie”, vertelt Van Loon. “We hebben veel kennis in huis en werken voor zeven gemeenten: Den Haag, Rijswijk, Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg. We zijn sterk in kennisdeling, netwerken en programmering, maar willen meer zijn dan een afstem- en praatclub. We willen overgaan tot doen. In de regio is er krapte op allerlei vlakken en dat staat ontwikkeling en innovatie in de weg. We kunnen er niet zomaar extra grond bij toveren, dus moeten we op een strategische manier een oplossing vinden.”
Denkers en doeners
In IPP heeft BPH precies de juiste partner gevonden, aldus Van Loon. IPP richt zich op het versterken van het vestigings- en investeringsklimaat in regio Haaglanden door bedrijventerreinen met kleine en grootschalige ingrepen te revitaliseren en te verduurzamen. “Dat doen zij heel voortvarend en met lef”, zegt Van Loon. “Waar BPH vooral inzet op kennisdeling, zet IPP in op uitvoering en zo vullen we elkaar goed aan. IPP ziet en pakt de kansen die anderen laten liggen; door platgezegd de rotte kiezen op een terrein te slopen, nieuwbouw te plegen en een gebied te verfraaien. Onze werkalliantie is een pilot van een jaar, maar ik zie een vruchtbare toekomst voor ons samen.”
Voorbij gemeentegrenzen
IPP richt zich op het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen in de gemeenten Rijswijk en Den Haag, terwijl BPH een speelveld van zeven gemeenten heeft. “Bedrijven hebben geen boodschap aan gemeentegrenzen. Ze hebben te maken met klanten en leveranciers die overal vandaan komen. Door met BPH samen te werken, kunnen we de beweging in het vastgoed breder en effectiever op gang krijgen”, zegt Brugman. “Het financieel mandaat van IPP geeft extra slagkracht. Wat wij vandaag als belemmerend ervaren, kunnen we morgen aanpakken.” Van Loon knikt bevestigend: “IPP hoeft door minder bureaucratische hoepels te springen voordat zij tot actie kunnen overgaan, dat helpt enorm.”
Werklandschap van de toekomst
De werkalliantie biedt ook voordelen voor werknemers, benadrukt Van Loon. “Ga maar na: een op de drie mensen werkt op een bedrijventerrein. Het is dus belangrijk om verouderde, niet duurzame panden te vervangen door moderne, efficiënte gebouwen, verkeersknelpunten op te lossen en voor een aantrekkelijkere werkomgeving te zorgen. Als die grijze, betonnen wijken plaatsmaken voor een groene omgeving waar je fijn kunt wandelen in de pauze, doet dat veel voor het welzijn van medewerkers. Het creëren van werklandschappen van de toekomst staat daarom hoog op onze prioriteitenlijst.”
Pijnacker-Nootdorp
Brugman en Van Loon hebben – samen met collega’s van twee gemeenten – de tanden al gezet in een paar interessante casussen. Als voorbeeld noemen ze het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma De Boezem in Pijnacker-Nootdorp. “Het gebied beslaat drie delen: een verouderd terrein, een nieuw deel en een kavel”, legt Van Loon uit. “Door in gesprek te gaan met ondernemers onderzoeken we mogelijkheden om bedrijven te verplaatsen vanuit het verouderde deel naar de kavel, waarna de vrijgekomen grond kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid. Een interessante schuifpuzzel en een mooie uitdaging om die trein rijdend te krijgen.”
Diverse belangen
Een ander interessant vraagstuk speelt zich af in Zoetermeer. Daarbij gaat het om twee bij elkaar liggende, sterk verouderde bedrijfspanden vlak bij een woonwijk in ontwikkeling. Wonen en ondernemen vragen om verschillende omgevingen, met uiteenlopende belangen, legt Brugman uit. “Samen met de gemeente Zoetermeer willen we de ruimte op het bedrijventerrein beter en op een toekomstbestendige wijze benutten, zonder dat de nabijgelegen woningen in de knel komen door toegenomen bedrijvigheid. Dat vraagt niet alleen technisch inzicht en financiële ruimte, je moet met diverse partijen om tafel. Je moet randvoorwaarden creëren, strategische beslissingen voorbereiden en ondernemers verleiden om te investeren en mensen aangesloten houden.” “Dat is niet altijd eenvoudig”, beaamt Van Loon. “We kunnen niet alles in één keer oplossen, maar we gaan het onderzoekend ervaren.”
Dit artikel is verschenen in de wintereditie van Rijswijk.business #15.
Tekst: Bianca Mokkenstorm | Foto: Raul Neijhorst