‘Het liefst ga ik tot mijn tachtigste door’ 

Met een bloeiend horeca-imperium, een gelukkig gezin en een kapitaal landgoed in Voorburg heeft hij de wind in de zeilen. Toch ging het hem nooit primair om status en geld. Bogaart is een man met een missie. Hij groeide op in een horecafamilie en wist als kind al twee dingen zeker: ik wil later veel zaken én veel kinderen. 

Vanaf zijn 21ste pakte hij het serieus aan. Toen hij zijn vrouw Sandra ontmoette, legde hij haar zijn toekomstplannen voor. Zij begreep zijn droom en wist uit ervaring hoe hectisch en onregelmatig het horecaleven is. Hij kreeg groen licht. Vanaf dat moment ging hij ervoor. Hij leeft en werkt uiterst gedisciplineerd: hij rookt niet, drinkt niet, staat ‘s ochtends om zes uur op de loopband, werkt zich met een personal trainer in het zweet en vertrekt daarna fluitend naar kantoor. Vanaf elf uur maakt hij zijn dagelijkse ronde langs zijn zaken, verspreid over Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer, Delft en Den Haag. Zijn werk ís zijn leven – vakanties, verjaardagen en feestdagen laat hij ervoor schieten. Hij staat altijd aan, 24/7. 

Nu hij de zestig nadert, lijkt zijn missie volbracht: achttien horecazaken, zes kinderen, drie kleinkinderen en de vierde op komst. Tijd om achterover te leunen? Vergeet het maar. Bogaart staat nog elke dag midden in de actie: hij springt bij op de werkvloer, coacht bedrijfsleiders, werkt nieuw talent in – en serveert nog steeds zelf drankjes uit. Het is geen werk, het is zijn manier van leven. Het liefst gaat hij tot zijn tachtigste door. 

Een vak om trots op te zijn 

De beleving van zijn gasten staat bij alles voorop. Want een mooie zaak is allang niet meer genoeg om je te onderscheiden. Het verschil maak je met gastvrijheid, service en echte aandacht. Een van zijn credo’s is dan ook: overtref altijd de verwachtingen van de klant. Hij runt geen sterrenzaken, maar restaurants waar je voor 15 tot 30 euro de neus heerlijk kunt eten. Gasten verwachten een 7,5 – hij wil dat ze met een 8,5 of 9 naar huis gaan. En dat bereik je door kwaliteit en persoonlijke aandacht te bieden. 

Het stoort hem dat horeca in Nederland vaak als studentenbaantje wordt gezien. In landen als Spanje, Frankrijk en Italië is het een serieus beroep, waar mensen met trots hun leven lang in werken. Hier word je na je dertigste in de bediening amper serieus genomen – onterecht, vindt hij. De horeca verdient vakmensen van alle leeftijden. Hij koestert de senioren in zijn bedrijf, want de mix van jong talent en ervaring maakt een team sterk. Bogaart wil bijdragen aan de herwaardering van het vak: dit is geen bijbaan, maar een beroep om trots op te zijn. 

Plezier voor twee 

Hij vaart op zijn gevoel, niet op spreadsheets. Waar sommige ondernemers alles tot drie cijfers achter de komma plannen, laat Bogaart zich liever verrassen. Zijn buikgevoel is al die jaren zijn belangrijkste kompas. Dat gaat vrijwel altijd goed. Eén keer had hij een miskleun, met een zaak op een locatie die achteraf ongeschikt bleek. Daar leert hij van. Tegenslagen benadert hij met open vizier en een proactieve houding. En als hij een fout maakt, zegt hij zonder moeite ‘sorry’. Want hij weet: relaties – zakelijk én persoonlijk – zijn gebouwd op vertrouwen en wederzijds respect. 

Eind dit jaar verschijnt de reallifesoap De Bogaartjes op SBS6. Daar krijgt de kijker een inkijkje in zijn werk- en privéleven en ontdek je het grote geheim achter zijn succes: zijn vrouw Sandra. Zonder haar had hij dit allemaal nooit kunnen bereiken. Zij hoopt dat hij het binnenkort wat rustiger aan gaat doen. Want ze bezitten dan wel veel, tijd om er samen van te genieten is er nooit. Zelf zegt hij al volop te genieten – maar weet ook: het kan niet altijd Renés feestje zijn. Dat is immers geen plezier voor twee. Dus wordt het tijd om een nieuwe balans te vinden tussen werk en privé, een mooie nieuwe uitdaging. Maar als er toevallig nog een hotel op zijn pad komt, zal hij die kans ook zeker niet laten schieten. 

Dit artikel is verschenen in de najaars editie van Leidschendam-Voorburg.business 2025. 
Tekst: Ans Meiborg | Foto: Sam Rentmeester